donderdag 10 december 2009
Dood pad
De zaal is sober. Houten muren, enkele comfortabele stoelen, een plant hier en daar, maar vooral veel plaats. Voor jezelf en de rest van de zaal. Er komen mensen binnen die ik al sinds kakpamper-aan ken en mensen die ik nu pas voor de eerste keer zie. Opeens merk ik op dat er op de achtergrond rustige muziek heerst. Ik schraap mijn keel en voeten tot over de grond en bekijk de zaal. Ik zie mijn familie staan; tantes, nonkels, neven, nichten, achternichten en achterneven. Geen grootouders, de mensen die in deze zaal zijn, zijn ooit al voor hen geweest. Toch zie ik nog altijd niet iedereen. Als je ergens bijeenkomt, kijk je rond. Je kijkt en zoekt iedereen. Je kijkt of iedereen aanwezig is. Het is enorm vreemd dat je iemand niet vind die er normaal gezien altijd is. Het lijkt wel alsof hij te laat aankomt en toch te vroeg is vertrokken. Net toen die gedachte door mijn hoofd ging, schoven de deuren van de zaal open, we mochten binnenkomen, de dichtste familie eerst. Ik stond ergens in het midden. De in zwart gehulde massa schuifelde door de deuren en kwamen uit in een andere, iets grotere zaal. Er stonden net genoeg stoelen voor iedereen. Rij per rij gingen we zitten. Eens ik zit, begin ik te observeren: de stoel voelde hard aan, ik rook niks, voor mij zat iemand met een kale kop en ik hoorde weer muziek op de achtergrond, van zacht naar luid, van emotieloos naar een krop in de keel. Ik herkende het meteen, With or without you van U2. Het is niet toevallig dat men bij zulke gelegenheden altijd muziek gebruikt die bij mensen sterke gevoelens opwekken. De kale kop zet zich wat opzij en ik kan de voorkant zien van de zaal: een altaar, een foto, een kruis en een microfoon. De muziek stopt. Een man, gekleed in een tuxedo, met een veel te serieus gezicht stapt naar voren. De foto vanvoor krijgt opeens een lichaam. Een lichaam vervormd tot kleine deeltjes, letterlijk tot stof en as. De man zet de urne naast de foto. De mensen op de eerste rij zakken naar voren en hun rug schudt. Ik kijk weg, want ik vang andermans emoties te hard op door hun bewegingen. Ik stel me altijd voor, hoe het zou zijn moest ik mijn broer verliezen, mijn kind, mijn vader,... Ik blijf toch maar wegkijken, tot ik mezelf in mezelf kan vermannen. De muziek stopt, een dame met een handtas van Dior loopt naar de micro. Ze verwelkomt ons en begint een hele uitleg over God en de mens die hier vanvoor ligt. Wat de connecties zijn, weet ik niet. Maar tot zover heb ik altijd gedacht dat hij absoluut niet in God geloofde en opeens vroeg ik me af waarom dat kruis daar staat. Ik zit nochtans niet in een kerk. Na haar zegje, dat vooral over God en schaapjes en opgenomen worden hierboven ging, ging ze terug op haar stoel zitten, aan de zijkant. Opeens weer muziek, ik bereid me voor op het ergste. Tears in Heaven. Ik had gelijk. Na iets dat een halfuur leek, mochten we de urne gaan groeten. Groeten is voor mij: hand omhoog en 'de ballen!'. Helaas was dit niet gepast. De man in tuxedo gaf aan iedereen die voorbijkwam een soort kleine staf, om een kruisteken te maken ter hoogte van de urne. Allemaal voor gelovigen, denk ik dan, hoef ik niet aan mee te doen. Maar aangezien elke voorganger het aannam en een kruisteken maakte, moest ik snel denken. Ik zou hem toch groeten, maar op mijn eigen, niet-in-God-en-al-die-zever-gelovende manier. De man reikte mij het ding aan. Ik nam het aan. Ik maakte een kruisteken. Ik gaf het terug en toen was mijn linkerhand leeg. Hij had het gezien, want hij keek op een wantrouwige manier naar mij. Ik draaide me om, en volgde degenen die al gegroet hadden, naar buiten toe. Het was een opluchtend gevoel om daar buiten te gaan. Ik zette me wat aan de kant en volgde andermans gesprekken. Volgens mijn neef had de vrouw met de Dior tas de naam twee keer fout gezegd. Fail. Maar toch grappig. En zo niet gepast. Vooral niet om te denken dat je eigenlijk honger hebt en meteen naar de koffietafel wilt gaan. Toch gaan we eerst nog naar buiten, naar het kerkhof, om alles uit te strooien. Weg met de wind. Geen overblijfsel meer. Een zucht wind en daarna niks meer. Toen mochten we nog eens groeten, deze keer gelukkig niet met die ijzeren rammelaar. Gewoon een knikje door de knieƫn of hoofd. Daarna eten. Broodjes en koffiekoeken. Opeens wordt er bijgepraat. Met lang niet geziene familieleden, ook met degenen die alle contact bewust gebroken hadden met de familie. Of hoe de dood mensen dichter bij elkaar brengt. De kinderen spelen vrolijk op hun Nintendo DS. Buiten is het nog steeds koud. Maar toch gezellig voor een mid-herfstbegrafenis. Er is nu rust, niet alleen voor hem. Maar ook voor de familie, ze hebben gedaan wat ze konden. Alles ging goed komen, er waren plannen gemaakt. Plannen worden altijd gedwarsboomd. En ja, dat is een levensles.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten