Leuk Pasen gewenst met veel chocolade eieren! Geen Paasverhaal; want hoe hard ik ook probeerde, ik kon maar niet op een leuke originele verhaallijn komen. Enjoy!
Ik zag Hem staan bij mijn groepje vrienden. Of wat je ook vrienden kan noemen. Het was avond, het was donker, maar niet koud. We hingen rond op het plein dat werd verlicht door straatlichten. De jongen met de zwarte baard kwam me lastigvallen. Hij denkt altijd dat hij grappig is. Net zo grappig als Clara Cleymans in Code 37. Ik uitte mijn ongenoegen duidelijk genoeg. Maar Hij, iets verder, deed niets. Ik trok me los van de jongen en ging naar Hem toe, die ondertussen al terug bij het groepje stond. Er zijn gevoelens. Allang. Maar Hij lijkt deze te ontwijken. Toen ik ook bij het groepje kwam staan, keek Hij weg van me. Of het nu expres was of niet, mijn woede overheerste. Vanaf het moment dat Hij terug in mijn richting keek, gaf ik Hem meteen een mep met mijn vuist tussen Zijn neus en oog. Mikken is niet altijd mijn sterkste kant geweest. De klap deed het groepje niet zwijgen, ze hadden niets gezien. Ik wilde mijn vuist terugtrekken, maar er klopte iets niet. Mijn pink bleef steken in Zijn rechteroog, dat was het. In een mengeling van verbazing en triomf, trok ik zo hard ik kon om mijn pink, die in een haak-houding stond, uit Zijn oog te krijgen. Integendeel, ik trok Zijn hoofd wat dichter naar mij toe, terwijl Hij het uitschreeuwde van de pijn. Uiteindelijk kreeg ik mijn pink toch uit Zijn oog. Mijn woede en triomf waren verdwenen en maakte plaats voor bezorgdheid. Waarom was ik nu ook alweer een vrouw. Ik wilde alleen maar dat Hij me zag staan. Hij legde Zijn hand op Zijn gewond oog, terwijl Hij pijnlijk grimaste. Hij zag me staren, en keek terug weg van me. Opeens duwde Hij me opzij en wandelde in versnelde pas weg. Ik wist niet goed meer wat ik moest doen. Maar ik was er zeker van, als ik Hem liet gaan, was het echt laten gaan. Dus ik zette de achtervolging in. Via het plein kwam ik uit op een dreef. Er zaten vele andere jongeren op bankjes onder een straatlamp, al dan niet met flessen sterkedrank. Er werd gelachen en gegierd. Links van me zag ik een oudere jongen zitten, ik schatte hem vanachter in de twintig. Hij had halflang vettig zwart haar en sprak tegen zichzelf. Door zijn zwart geschminkte ogen leken zijn bruine ogen nog leger. Hij had een klein mes vast, waarmee hij door zijn grijze broek in zijn been sneed. Ik sloeg mezelf omdat ik zo afgeleid werd door die mens. Ik moest Hem verder zoeken. Ik ging op de tippen van mijn tenen staan om te kijken waar Hij liep. Een paar tientallen meter verder liep Hij, met Zijn bekende pas en Zijn wapperende haren, haastig. Ik besloot Hem in te halen en begon te lopen. Ondertussen was Hij al om de hoek gelopen en begon ik schrik te krijgen om Hem kwijt te zijn. Na een tijd liep ik ook de hoek om en zag ik een auto staan met grote aanhangwagen. Er zaten verschillende jongens in, lachend. Zo te zien stonden ze op het punt om te vertrekken. Ik zag Hem zitten in de aanhangwagen, aan de rand. Ik liep meteen naar Hem toe. Zijn oog was niet meer bloederig. Ik keek Hem aan met mijn meest triestigste blik die ik kon verzinnen. Hij zag me. 'Het spijt me...' hakkelde ik. Even leek Hij te twijfelen, maar schudde dan toch Zijn hoofd. Een autodeur werd dichtgeslagen, sleutels klingelden en een seconde later startte de motor. Hij ging weg. Spring er uit en blijf bij mij, dacht ik radeloos. Maar de auto begon te rijden en de jongens te joelen. Alleen bleef ik staan op het trottoir, kijkend hoe de auto met de aanhangwagen en zijn Hoofd kleiner en donkerder werd in het oranje straatlicht. Mijn hart ging tekeer als razend. Ik begon terug te stappen, alsof ik zo tevergeefs de auto nog kon inhalen. Maar het werd muisstil, buiten mijn eigen voetstappen, en ik was alleen. De druk in mijn maag verhoogde, en de druk in mijn hoofd nog meer. Daar kwamen de tranen. Ik huilde als een klein kind, achtergelaten. Ik kwam terug in de dreef, waar al de jongeren zich zaten te amuseren. Er was teveel lawaai, zowel in de dreef als in mijn hoofd. Ik wilde rust. Ik stopte voor een oud gebouw dat was omgebouwd tot museum. Ze waren nog open. Ik ging naar binnen, de stilte tegemoet. Ik zette me tegen de koude muur op de grond, denkend aan Hem. Wachtend. Terwijl de druk in mijn hoofd stilaan zakte. Ik zal altijd op Hem blijven wachten. En toen werd alles wazig.
6 opmerkingen:
wauuw! zelf gechreven? echt heel mooi. <3
Alles op deze blog is zelfgeschreven ;) bedankt voor de reactie!
Wat goed geschreven.
Je hebt een talent, hihi.
Xx Liefs
Wauuw wat goed zeg! Jij ook bedankt.
dankjee, <3
Heel mooi geschreven! :o
x Krizia
www.krizia-shark-attack.blogspot.com
Een reactie posten